02 Cliënt met potentie

Antisociaal of tijdelijk ‘abnormaal’?

Tactus in Beeld #23 Jaargang 06 09 2020

Hoofdstuk 2 van 9

Nieuwsgierig haal ik mijn nieuwe afspraak uit de wachtkamer. Ik zie een vlotte jongeman. Kort donker haar, krachtige felblauwe ogen, spierwitte nieuwe sneakers en een verouderde trui met brandgaatjes. 

De jongeman zoekt minimaal oogcontact. We lopen naar de spreekkamer. Het zweet parelt op zijn voorhoofd. Hij zet zijn stoel zo ver mogelijk van onze tafel af zodat hij kan leunen tegen de muur. Hij kijkt mij afwachtend aan.

Ik vraag of hij onze organisatie kent. Geen reactie. Ik neem de ruimte om uit te leggen wie ik ben en wat de bedoeling van deze afspraak is. Al snel word ik onderbroken in mijn uitleg. Een krachtig vocabulaire vliegt mij om de oren:

‘Wat weet jij er nou eigenlijk van?
'Wil jij mij gaan vertellen wat ik moet doen?’
‘Jij begrijpt mij toch niet, niemand begrijpt mij.’
‘Wat maakt jou anders?’
‘Vertrouwen zal ik je nooit! Ik vertrouw niemand.’
‘Iedereen naait je uiteindelijk toch.’
‘K#nker maatschappij!’
‘En dan Justitie, altijd moeten ze mij hebben.’
‘Ik beslis toch zelf wel of ik iemand in elkaar tik?’ Dan luisteren ze tenminste.’
‘Ik gebruik niet om een reden. Ik gebruik omdat ík dat wil.’
‘Ik ben hier trouwens ook niet voor mezelf. Ik ben hier om van het gezeik af te zijn.’

Ik besluit hem even uit te laten razen. Ik voel een muur van woede aan de andere kant van de tafel. Ik probeer mijn gezicht in de plooi te houden en het tafereel zo rustig mogelijk gade te slaan. Toch bekruipt mij een gevoel welke ik niet wil hebben:  ‘Irritatie…’ Ik weet dat dit met mij gebeurt, telkens weer, nooit in mindere mate. Manipulatie, alle schuld bij een ander leggen en scheldwoorden die aan ziektes zijn gerelateerd halen dit gevoel bij mij naar boven. Eigenlijk wil ik nu hard met mijn hand op de tafel slaan, hem vriendelijk, doch enorm dwingend en boos kijkend zeggen waar het op staat en hem vragen zijn mond te houden en te luisteren.

Antisociaal? Welnee, slechts veel, zeer begrijpelijk, kabaal.

Ik dwing mijzelf om door deze muur van boosheid te kijken. Ik zie een jongeman, goed verzorgd met krachtige felblauwe ogen. Ik zie ook een jongeman met angst. Angst om (weer) afgewezen te worden. Angst om te vertrouwen. Angst om zichzelf te vertrouwen. Angst om (weer) niet begrepen te worden. Angst dat er (wéér) wat van hem afgepakt kan worden. Ik zie iemand die zichzelf beschadigt omdat hij waarschijnlijk niet heeft geleerd om goed voor zichzelf te zorgen. Ik voel negatieve energie. De kamer is gevuld met negatieve energie.

Maar wat een berg energie! Als deze energie eens omgezet kan worden naar iets moois. Ik zie een jongeman die zichzelf goed verzorgd. Ik zie een krachtige persoonlijkheid met veel energie. Ik zie emotie. En ik zie wel degelijk potentie. 

Als de schouders zijn gezakt, het zweet van het voorhoofd is geveegd en het een paar seconden stil is stel ik de cruciale vraag: ‘Koffie? Thee?’ Een verwarde blik in mijn richting. Écht? Is dat het enig wat je nu kunt vragen?’ Heb je mij niet gehoord?’ 
‘Jawel hoor. Ik hoor prima dat je hier echt niet wilt zijn. Maar nu je de reis toch hebt gemaakt. Koffie? ‘Nou doe dan maar.’ 
‘Fijn dat je even de tijd neemt om koffie met mij te drinken. Dan gaat mijn geplande uur in ieder geval ook niet helemaal verloren. Anders moet ik administratie doen…Je snapt wel dat ik dan liever even met iemand koffie drink’.

Ik zie hem langzaam weer op een normale lichaamstemperatuur komen. Zijn felblauwe ogen kijken me weer aan. Hij houdt mijn blik vast. ‘Ken je mijn hulpverleningsgeschiedenis? Heb je gelezen wat ze over mij schrijven?’ 

‘Nee, ik wil zelf graag bepalen wie ik tegenover mij heb zitten’.  
‘En? Wat vind je er tot nu toe van?’  Zijn blik achterdochtig op mij gericht.
'Ik zie iemand waarvan ik zeker weet dat hij het gaat redden. Iemand met potentie. Er is nog wel wat werk te verrichten, dat snap je vast wel. Aan jou de keuze om dit aan te willen gaan’. 
‘Misschien nog één gesprek, maar dan is het wel genoeg geweest, dan stop ik er mee hoor.’
‘Lijkt mij een prima deal! Ik zie je graag nog een keer terug’.


Moniek Schrotenboer, Maatschappelijk werkster, Team Jeugd en Jong Volwassenen